MARK SWYSEN   

                                        ‘IK WIL DE TOESCHOUWER     

                                       MEESLEPEN IN EEN GEVOEL’     

 

                                                                           MAGDALENAKERK BRUGGE

 

 

 

 

 

Beeldend kunstenaar Mark Swysen heet me welkom in de hoekwoning

in Antwerpen, waar hij op de half gesloopte gelijkvloerse etage zijn atelier

heeft ingericht. We zijn omringd door werken die binnenkort naar de

Magdalenakerk in Brugge verhuizen voor zijn tentoonstelling “Mens? een vraag

in vier seizoenen”. ‘Een mensenleven kun je grosso modo indelen in vier fasen,

dus ik vermoed dat je afhankelijk van de fase waarin je je bevindt anders

denkt en handelt. Hoe dat precies in elkaar zit, houdt me al een tijdje bezig.

 

‘Statistisch gezien heb ik als man een levensverwachting van ongeveer 76 jaar,

een vrouw heeft er een van 82’, zegt Mark Swysen. ‘We hebben dus best wat

tijd tot onze beschikking. De cruciale vraag is wat we met die tijd aanvangen.’

Daarover gaat dit tentoonstellingsproject.’                                                  

De meeste mensen lijken zich met zulke vraagstukken echter allesbehalve

bezig te houden, vindt de kunstenaar. ‘Ze bekommeren zich liever om de kleur

van het behangpapier dat ze aan de muur willen. De toegevoegde waarde van

een kunstenaar in onze maatschappij bestaat er volgens mij in mensen

te prikkelen om na te denken over meer fundamentele zaken dan dat.                       

Kunst wordt pas echt interessant als het de toeschouwer uit balans haalt,

zijn manier van kijken en denken in vraag stelt.’ De context van een kerk kan

daar alleen maar bij helpen. ‘Met religie heeft dat niet per se te maken.

Maar kerken ademen nu eenmaal een aparte sfeer uit die stimuleert om verder

na te denken dan wat we vanavond op onze boterham zullen smeren.   

Dus lenen ze zich prima voor wat ik wil doen.’

 

MARK SWYSEN, TENTOONSTELLING IN CAMPO SANTO, GENT

© FOTO: WILLEM VERMAASE

 

DNA en celstructuren

De tentoonstelling in Brugge binnenlopen, doe je meteen in de juiste sfeer, namelijk door letterlijk over het water te wandelen. ‘Daarom vond ik deze

kerk zo’n prettige locatie: er is plaats voor een waterpartij waarin je die illusie met enkele stenen en een mistmachine perfect kunt oproepen.’  Centraal in

de expositieruimte bouwt Swysen vervolgens een wenteltrap die symbool

staat voor de klim in het leven: je evolueert van kindertijd over adolescentie

tot de volwassen leeftijd en ten slotte de ouderdom. In die levensloop worden

de treden almaar smaller, de houvast minder: ‘Tot je in de latere fasen bang

wordt voor wat volgt als je nog verder gaat’, zegt hij. Rondom de trap

plaatst Swysen een aantal werken die de toeschouwer met zijn verschillende levensfasen confronteren. De abstracte werken hebben een opvallende structuur. Ze doen denken aan de schors van een boom, of, als je dieper op

de werken zou inzoomen, op de structuur van de huid of andere weefsels. Toevallig is dat niet. Voor Mark Swysen zich een stek zocht in de kunstwereld, studeerde hij biologie. En die interesse is er nooit helemaal uit gegaan. Je leest ze bijvoorbeeld ook in de wenteltrap, waarin je de vorm van een DNA-helix

kunt herkennen. ‘Tja’, begint hij. ‘Mijn vader was beroepsmilitair en hij had

graag gezien dat ik via het leger geneeskunde zou studeren, maar dat zag ik niet zitten. Ten eerste duurde die opleiding me te lang en ten tweede voelde

ik me allesbehalve op mijn plaats in het leger. Zo was ik een paar jaar eerder

op uitdrukkelijk verzoek van mijn vader naar de cadettenschool getrokken. Ik kreeg een koersfiets als ik zou slagen voor het toegangsexamen. Dat liep

 

 

allemaal vlot, tot ik er echt moest beginnen: na drie dagen heeft de school me vriendelijk maar resoluut laten weten dat ik niet meer hoefde terug te komen... Ik heb gewoon nooit met gezag overweg gekund.’ Biologie werd een compromis tussen vader en zoon. Over die studie is Swysen nog altijd tevreden. Een algemene opleiding vindt hij een goede zaak voor een kunstenaar. ‘Naarmate je meer weet, kun je scherper zien en dus boeiendere dingen vertellen. Anders kun je als artiest wel je eigen individuele gevoelens etaleren, maar als je die niet opentrekt naar de ruimere maatschappij, blijft het je eigen beperkte visie die je weergeeft. Daar is in se niks mee verkeerd, het kan zelfs heel goed en poëtisch werk opleveren. Wanneer ik naar buiten kom om met een publiek te communiceren wil ik het niet over mezelf hebben, maar over iets wat ons allemaal aanbelangt.’

Na zijn universitaire studie heeft Mark Swysen nog academie gevolgd. ‘Ik ben eraan begonnen in het dagonderwijs, maar dat kon ik niet volhouden, omdat ik ondertussen ook de kost moest verdienen. Dus ben ik na een tijdje overgeschakeld op de avondschool. Ik heb die opleiding gevolgd omdat ik de technieken onder de knie wou hebben, zodat ik in mijn praktijk niet zou zitten zoeken naar oplossingen die eigenlijk

 

ECCE VITA - IN SITU INSTALLATIE VOOR MUSEUM MUFDB IN PIETER EN PAUWELKERK, MOL

ACRYL + MIXED MEDIA OP EIK EN CANVAS: 350 X 20 CM  © FOTO MUSEUM MUFDB

 

 

 

voor de hand liggen. Maar echt vernieuwende dingen heb ik er niet opgestoken. Ik vind het achteraf bekeken veel interessanter om zelf nieuwe technieken te ontdekken en te experimenteren, zoals de manier waarop ik met hout werk. De techniek die ik daarop toepas, kun je aan geen enkele school leren. Dus ja, als ik zou willen doen, kon ik je portret schilderen, volledig volgens het boekje, realistisch dan wel expressionistisch of kubistisch. Maar wie heeft daar iets aan?’

 

Meeslepen in een gevoel

Als een particulier een werk van Mark Swysen aanschaft, gebeurt dat vaak omdat de koper het ‘zo mooi’ vindt’. ‘Maar ik maak mijn werk niet om iets moois te produceren’, reageert de kunstenaar. ‘Natuurlijk, een werk zoals dit’, en hij wijst naar een schilderij op hout waarin bruine en rode tinten domineren, ‘straalt een warme gloed uit. Dat kun je er uiteraard van zeggen: esthetica kan dus heel functioneel zijn in de sfeer die je wil overbrengen. Anderzijds mag een werk ook pijn doen of juist heel ondoorgrondelijk zijn. En dan zie je wel dat warme werken makkelijker verkopen, werken die een koude of angstaanjagende indruk geven veel moeilijker. Voor mij draait het om wat het werk met de toeschouwer doet:

ik wil hem helemaal meeslepen in een bepaald gevoel.’

Dat gevoel is onvermijdelijk verbonden met de mens, die altijd het
 

centrale thema in Swysens werk vormt. ‘Ik ben gefascineerd door de menselijke soort. Wie ben jij? Wat doe je? Wat denk je? Wat voel je? Dat is de essentie. Ik heb nog nooit de drang gevoeld om een stilleven weer te geven, al van mijn academietijd interesseert mij dat geen bal. Dat ik zo graag werk met hout, is dan ook geen toeval: ik hou van natuurlijke materialen, omdat ik die veel beter vind aansluiten bij mijn onderwerp.’

 

Statistisch onderzoek

Middenin Swysens atelier staan vier grote houten dozen. ‘Dit wordt het werk waarmee ik de tentoonstelling afsluit’, legt hij uit. ‘Nu is het nog helemaal niet af, hoor’, zegt hij als hij me onderzoekend naar het object ziet kijken. ‘Het wordt een installatie die bestaat uit vier kubussen met bovenop een tiental plexi buizen waar wind doorheen blaast. Je zou het geheel kunnen zien als een klein fabriekje. In de context van een kerk heeft het bovendien iets van een orgel. In elk geval is de machine een metafoor voor het leven: het leven is een fabriek en evenzeer een symfonie. Bij deze installatie nodig ik de bezoekers uit om zelf een antwoord te formuleren op wat ze met hun leven willen doen.’

Ze krijgen een formuliertje met negen mogelijke antwoorden.

Afhankelijk van het antwoord komen de kaartjes in een van de buizen terecht, waar ze door elkaar blijven dwarrelen. ‘Elke leeftijdscategorie
 

 

krijgt een aparte kleur. Zo kunnen we na een tijdje zien of bepaalde visies meer stroken met een specifieke levensfase. De tentoonstellingen die de cultuur-vzw YOT sedert enkele jaren organiseert in de Magdalenakerk trekken gemiddeld zo’n tienduizend bezoekers. Als zelfs maar een kwart daarvan aan de enquęte deelneemt, komen we op het eind van de rit uit bij een statistisch relevant resultaat, lijkt me.’

 

Vakjes

Het is niet de eerste keer dat Mark Swysen tentoonstelt in een kerk. Sinds zijn succesvolle tentoonstelling in de Antwerpse Carolus-Borromeuskerk in 2006, wordt hij veel gevraagd door curatoren die exposities in kerkruimten organiseren. Zo loopt er tot 31 juli nog een kleinere expositie naar aanleiding van 40 jaar Vlaamse Gemeenschap in de Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstandskerk op de Kolenmarkt in Brussel, onder de titel In de naam des heren. ‘Daar stel ik het concept religie zelf centraal en belicht ik vooral de positieve en de negatieve aspecten van de bekeringsdrang in zowel het katholicisme als de islam’, vertelt Mark Swysen. Dergelijke projecten hebben de bioloog-kunstenaar het stempel ‘spiritueel’ opgeleverd. ‘Mensen stoppen je nu eenmaal graag in vakjes, daar kan ikzelf niks aan veranderen. De deken van Brussel noemde me ooit christen en ketter tegelijk. Daarmee sloeg hij de nagel op de kop, denk ik. Wat komt er na dit leven? Ik weet het echt niet. Ik kan me ook absoluut niet vinden in de voorgeprogrammeerde dogma’s en wetmatigheden van de christelijke religie. Maar de basisfilosofie van het christendom vind ik wél interessant. Ik ben zelf ook opgevoed in de christelijke traditie en tot nader order vind ik die ethiek nog altijd de beste manier om met andere mensen om te gaan. Religie staat tegenwoordig weer hoog op de sociaal-maatschappelijke agenda: dat geeft opnieuw stof tot nadenken.’ Het is vooral vanuit die sociaal-maatschappelijke interesse dat Swysens grotere projecten ontstaan. ‘En -om toch even uit het vakje te breken- het kan daarbij evengoed om heel andere onderwerpen dan religie draaien’, voegt de kunstenaar nog toe. ‘Zo heb ik vorig jaar mijn grootste project totnogtoe gerealiseerd: Fort Europa in het Oostendse Fort Napoleon. Dat ging over de migratiepolitiek, over sociaal-culturele integratie en acceptatie. En in 2003 –dus ruim voor Al Gore– was ik heel erg bezig met milieuproblematiek en ecologie.’

Het hoeft voor Mark Swysen ook niet altijd even grootschalig te zijn. ‘Ik vind het net zo boeiend om kleine interventies te doen in museale collecties of op erfgoedsites. Op die manier krijgt een werk een andere ruimte of opstelling en daardoor vaak een heel nieuwe interpretatie.’ (IM)

 

          MATURITÉ - IN SITU BEELD IN SINT NIKLAASKERK, GENT

          ACRYL OP EIK: 150 X 45 CM  © FOTO MARK SWYSEN