|
Kunst achter het migratiebeleid
Zomerexpo ’Quo Vadis?’ van start in Alden Biesen
BILZEN – Vergeet de Bijbelse film of roman, vanaf nu is ‘Quo Vadis’ ook de naam van een Limburgs tentoonstellingsproject waarbij drie kunstenaars hun licht werpen op migratie. Een van die drie kunstenaars is de uitgeweken Limburger Mark Swysen, geboren in Hasselt maar het grootste deel van zijn leven zelf migrant. |
![]() |
|
|
Voor de zomertentoonstelling ‘Quo Vadis’ wordt Alden Biesen even een weinig gastvrij landgoed dat een eigen migratiebeleid voert: via een identiteitskaartcontrole wordt bepaald wie als gast gewenst is, en wie niet. Pechhebbers worden onverbiddelijk weggeleid: een directere manier om aan den lijve te ondervinden wat migratie kan betekenen, bestaat er haast niet. Gelukkig is het maar voor even, want uiteraard krijgt elke bezoeker met de glimlach uitleg over de werken van de drie kunstenaars uit België, Nederland en Duitsland.
Vreemdeling
De enige Belg in het gezelschap, Mark Swysen, werd geboren in |
Hasselt en woonde enkele jaren in Bolderberg, bij Heusden-Zolder. “Het grootste deel van mijn leven ben ik echter zelf migrant geweest,” zegt hij. “Mijn vader was beroepsmilitair, we hebben op verschillende plaatsen in de Verenigde Staten, Engeland en Duitsland gewoond. Ik weet dus hoe het voelt om ergens vreemdeling te zijn,” zegt hij. Een van zijn grootste werken in Alden Biesen is een ruimte vol abstracte houten beelden. Een kleur, en kledingsstuk of vorm verraadt de aanwezigheid van concurrerende culturen met her en der een verdwaalde fanaticus, soldaat of zelfmoordterrorist. In de kelders van het kasteel wordt je per boot over een virtuele zee gevoerd naar het vasteland. Door de dichte mist besef je echter niet dat jouw vervoermiddel de vorm van een doodskist heeft: “Dat staat |
symbool voor het grote risico dat vluchtelingen nemen tijdens gevaarlijke en lange boottochten,” zegt Swysen.
De Duitse kunstenaar Frank Hermann ging aan de slag met de titel ‘Quo Vadis?’ (Waar ga je naartoe?): achthonderd ansichtkaarten werden bewerkt met zwarte waskrijtjes, tot alleen nog de kleuren blauw en groen zichtbaar bleven. “Twee uur per postkaartje: een hels karwei,” zegt Hermann. “Op sommige postkaartjes uit New York zie je ironisch genoeg nog de WTC-torens staan, vandaag de dag een sterk symbool voor de Amerikaanse politiek.” De verzameling van deze en andere kunstwerken zijn nog tot en met 12 augustus te bezoeken in de Landcommanderij Alden Biesen. AN SMETS
|