Zijn achtergrond als bioloog en wetenschapper verklaart het doordachte gebruik van materialen in de abstracte kunstwerken van Mark Swysen, en zijn brede interesse in het menselijke gedrag. Toch noemt hij zichzelf ook een ‘typisch christelijk product’. Dat merk je aan zijn uitgangspunt: mensen doen stilstaan bij de zin van het leven.

 

   ACHTERKRANT

        ANNELEEN WOUTERS

‘Echte kunst is de toeschouwer raken’
,,Op dit moment maak ik een tournee door Vlaanderen met mijn tentoonstellingsproject Causa Vitae, wat ‘de zin van het leven’ betekent. Ik stel het vooral tentoon in kerken. Mijn bedoeling is immers de toeschouwers te doen nadenken over de zin van hun leven. Ik probeerde dat ook eens uit in een metrostation, maar dat werkte niet. Iedereen spurtte daar gewoon door. Kerken nodigen mensen als vanzelf uit tot contemplatie.

Causa Vitae is een levensreeks die uit 25 langwerpige schilderijen-sculpturen bestaat. Elk van die werken verwijst naar een levensfase. De toeschouwer doorloopt de reeks en gaat van levensfase naar levensfase, te beginnen bij de geboorte. De werken die met geboorte te maken hebben, maakte ik uit eierschaal, symbool voor nieuw leven. Door de verdere reeks maak je een hele evolutie in kleur en materiaal mee. Na de gelige kleur van de eierschaal volgen oranje en vol rood om de puberteit en de volwassenheid weer te geven. Dan gaat de tentoonstelling over in donkerbruine werken. Daar gebruikte ik verbrand hout voor, dat de langzame aftakeling van de mens weergeeft. De laatste levensfase maakte ik met zwart rubber. Rubber is immers elastisch en daarmee wil ik het einde openlaten.

Hoewel het materiaal voor mij erg belangrijk is bij de ontwikkeling van het concept, leg ik dat liever niet uit aan de toeschouwers. In abstracte kunst geef je slechts een context aan. Daarbinnen kan iedereen het werk interpreteren zoals hij of zij het zelf wil. Vaak leidt dat overigens tot een veel intensere beleving van het kunstwerk. 

Aan het einde van de levensreeks laat ik de toeschouwer door een kunstwerk met een draaitrap stappen. Hij moet daarbij wat moeite doen, een bocht nemen en – door het ontbreken van de laatste twee treden van de trap – zelfs een risico nemen om in de volgende ruimte te komen. Daar hoort de toeschouwer verschillende teksten en filosofische stellingen over het ontstaan en de zin van het leven. Die stellingen gaan van Nietzsche over Darwin tot het boek Genesis, aangevuld met enkele ideeën van mezelf. Alles komt aan bod. De teksten willen de toeschouwer oproepen zelf ook na te denken over het leven. Die uitnodiging om eens stil te staan, doet mensen iets. Zo maakte ik al mee dat iemand opeens in tranen uitbarstte. Anderen zijn geraakt en mailen mij om de teksten op te vragen. Het strafste was onlangs een bankdirecteur die verbouwereerd tot de vaststelling kwam dat hij nog nooit over de zin en het doel van zijn leven had nagedacht.

Het verwondert mij telkens opnieuw dat zo weinig mensen bewust leven. Als je kijkt naar onze maatschappij, dan zie je dat we ons leven vaak consumeren. Er wordt ons bovendien voortdurend getoond hoe we moeten consumeren om de economie draaiende te houden. Daardoor draaien de meeste mensen gewoon mee zonder daar bij stil te staan.

Ik ben een grote voorstander van bewust leven. Wie bewust leeft, maakt volgens mij andere keuzes. Hoeveel je verdient, wordt dan minder belangrijk, wat je doet des te belangrijker. Misschien stap je dan zelfs uit dat voorgeschreven patroon. Ikzelf heb geen zin hier maar wat rond te slenteren. Ik wil mij in mijn leven engageren voor iets zinvols. Met mijn werk wil ik een tegengewicht bieden voor de individuele oppervlakkigheid in onze maatschappij. Dat is mijn rol als kunstenaar. Ik vind het mijn taak maatschappelijk relevante werken te maken.

Ik voel niet de behoefte mijn persoonlijke zielenroerselen op een doek te uiten. Daar heeft niemand iets aan. Met mijn werk wil ik een verhaal brengen dat mensen doet nadenken over zichzelf en de samenleving. Dat verhaal kan ik niet vervatten in één werk. Daar is de maatschappij veel te complex voor. Daarom maak ik een geheel van kunstwerken die samen een verhaal vertellen.

Zo had ik enkele jaren geleden een project over milieuvervuiling. Momenteel ben ik bezig met een project over migratie, onder de titel Quo Vadis. Met dat laatste verhaal speel ik al enkele jaren, maar vorig jaar gebeurden een aantal dingen die de doorslag gaven en mij in gang zetten. Zo waren er de bootvluchtelingen die aanspoelden op de Canarische eilanden, de schrik voor de massale komst van Polen na hun toetreding tot de EU, de hetze in Antwerpen tegen het Vlaams Belang waarbij iedereen zo hard zijn eigen mening verkondigde dat de standpunten alleen maar harder werden. Altijd die tweeledigheid van de angst voor ons eigen verhaal.

Met Quo Vadis wil ik bereiken dat mensen naar verschillende meningen luisteren en de andere beter proberen te begrijpen. Ik wil hen confronteren met verschillende beelden uit de realiteit. Enerzijds het beeld van de migrant die op zoek is naar een beter leven, anderzijds het beeld van de bange blanke burger die schrik heeft dat die migrant iets van hem afneemt.

In het publieke debat hoor je mensen roepen de deuren te barricaderen. Anderen willen de poorten dan weer volledig open. Maar iedereen die daar een beetje over nadenkt, weet dat beide meningen onhoudbaar zijn en niet bijdragen tot een ernstige oplossing.

Ikzelf wil die oplossingen ook niet opdringen. Ik wil alleen mensen daarover doen nadenken en de probleemstelling van de andere partij meenemen in het zoeken naar een oplossing. Met het kerkasiel gaf de Belgische kerk vorig jaar ook een gelijkaardig signaal. Zonder te pretenderen dat ze de oplossing kende, riep ze eenvoudigweg op tot aandacht voor een maatschappelijk thema. Dat vind ik heel belangrijk.

Uiteindelijk vormt die interactie tussen de toeschouwer en het project voor mij het echte kunstwerk. Mijn kunst dient niet alleen om naar te kijken. Je mag mijn werken betasten, je kunt naar tekst en geluid luisteren, je moet ergens doorheen stappen, een inspanning leveren, je wordt uitgenodigd daar iets mee te doen, je wordt er volledig bij betrokken. Het echte kunstwerk is het raken van de toeschouwer. Als ik daar bij voldoende mensen in slaag, hoop en denk ik dat ik met iets zinnigs bezig ben.’’